Instrumenten collectie van Diligentia in bruikleen
bij het Museon te Den Haag

In de beginperiode van het bestaan van de Maatschappij voor Natuurkunde werden niet alleen lezingen gehouden, maar werden ook natuurkundige proeven gedemonstreerd (het was in de tijd van de Verlichting in de mode om zelf te experimenteren). In die periode is een groot aantal instrumenten aangeschaft.
De meeste van die instrumenten zijn nog steeds in ons bezit. Het Museon heeft deze collectie in beheer/bruikleen en bewaart ze onder geconditioneerde omstandigheden in zijn depot.
Een aantal instrumenten die vroeger van de Maatschappij waren, zijn in het verleden reeds in het bezit gekomen van het Museon. In de onderstaande lijst zijn deze instrumenten aangegeven met "nu in bezit van Museon".
Het Museon verzorgt een jaarlijks wisselende tentoonstelling, samengesteld uit deze instrumenten verzameling, in de twee vitrines in de foyer op eerste etage van Theater Diligentia.

De collectie omvat de volgende instrumenten (wanneer u op de foto klikt, verschijnt deze in het groot).

1. LENS
Deze lens, of condensor, is vervaardigd door de heer J.(I).H. Nohr uit Den Haag, die in 1837 amanuensis werd bij Diligentia. Een condensor is een speciale lens die in optische apparaten zoals een microscoop of projector wordt gebruikt. Als een lichtbron in het brandpunt van de lens wordt geplaatst, bundelt deze het licht zo dat een vrijwel evenwijdige lichtbundel ontstaat.
2. ELEKTROMOTOR
Zwakstroommodel. De verticale beweging van het anker wordt omgezet in een draaiing.
3. HANDTELEFOONS VAN BELL
A.G. Bell's uitvinding dateert van 1876. Door het spreken in de hoorn brengt men een dunne metalen schijf, geplaatst voor een magneet, in trilling. De trillingen veroorzaken inductiestromen in de om de magneet gewikkelde draad. Een geleidende verbinding (niet getoond) brengt deze stromen over naar de andere telefoon, zodat de dunne schijf daar gaat trillen.
4. ONTWIKKELDOOS
Ontwikkeldoos voor daguerreotypie. Deze benaming is afkomstig van de Fransman Daguerre, die in 1839 een procédé uitvond om afbeeldingen op zilver- en koperplaten vast te leggen. Na belichting werden de platen in de ontwikkeldoos blootgesteld aan kwikdamp, waardoor de afbeelding zichtbaar werd. Het bijzondere aan de daguerreotypie is dat er geen negatief wordt gemaakt. De afbeeldingen zijn positief en kunnen daardoor niet gereproduceerd worden.
5. OPBERGDOOS VOOR FOTOGRAFISCHE PLATEN (DAGUERROTYPEN)
Hoort bij ontwikkeldoos op foto 4.
6. DONDERKERKJE
In de tweede helft van de 18e eeuw toonden geleerden met proeven het effect van blikseminslagen en het nut van bliksemafleiders aan. Hiervoor gebruikte men bijvoorbeeld een donderkerkje. Als dit voorzien was van een bliksemafleider, gebeurde er niets. Was de bliksemafleider echter afwezig, dan kon de geleerde een ontlading in de toren laten inslaan. Daarna volgde een knal die de donder voorstelde en ten slotte stortte het kerkje in elkaar.
7. SCIOPTISCHE BOL
De bol bevat een aantal lenzen en werd gebruikt om een object buiten af te beelden op een wand of scherm in een donkere kamer. Om op het object te kunnen richten werd de bol draaibaar gemonteerd in de buitenwand van de kamer.
8. voorlopig onbekend, wordt nog uitgezocht
9. DOOSJE MET GEWICHTEN
Mahoniehouten doosje met gewichten (incompleet), gemaakt door W. Linderman, Amsterdam. Gewichtjes van 1000 en 500 mg. Gebruikt in chemisch laboratorium of apotheek.
10. Tangentenboussole (nu in bezit van Museon)
10. GENERATOR (C. BECKER, GRONINGEN)
Deze generator of dynamo zet mechanische energie om in elektrische energie. Het instrument is gebouwd door C. Becker, Groningen. De twee draadklossen op de as worden gedraaid in het veld van de hoefmagneet. Daardoor wordt inductiespanning in de klossen opgewekt, die door sleepcontacten wordt afgenomen.
12. BATTERIJ VOOR KNALGASONTSTEKING
De vier kanonnetjes horen bij het donderkerkje. Deze werden met een gasmengsel geladen, en via de koperdraad met een vonkontlading tot ontbranding gebracht. Hierbij gaven zij een knal die bij de proeven met het donderkerkje het geluid van de donder nabootsten.
13. RAD VAN BARLOW
Dit apparaat is uitgevonden door Peter Barlow in 1822. Het getande metalen rad hangt in een geleidende oplossing (destijds werd kwik gebruikt). Het geheel vormt via de as van het rad een elektrisch circuit. Door het rad loodrecht binnen een magneetveld (magneet niet getoond) te plaatsen en spanning aan te brengen, gaat het rad draaien. Hiermee wordt het principe van de elektromotor gedemonstreerd.
14. Commutator (?), mahoniehout
15. MAAGDENBURGER HALVE BOLLEN
Met pomp en reservoir. Genoemd naar het experiment van Otto von Guericke, Maagdenburg (ca. 1656). De halve bollen van messing worden tegen elkaar gehouden en de ruimte ertussen wordt luchtledig gezogen. Door de kracht van de atmosfeer (luchtdruk) kost het veel moeite de bollen van elkaar te halen.
16. Vacuümbuis (nu in bezit van Museon)
17. MAGNEET
Door de hoefijzervorm kan tussen de polen de magneetwerking op bijv. een kompasnaald worden gedemonstreerd. Vaak werden de polen verbonden met een sluitstaaf (anker), om de magnetische kracht niet te laten afnemen.
18. GASONTLADINGSBUIS (GEISSLER'SE BUIS) VOOR VLOEISTOFVULLING
Dit is een uitvinding uit 1858. Geissler vulde de buis met gas onder zeer lage druk. Een elektrische spanning over de buis zorgt voor een gasontlading daarin, met mooie kleureffecten. In sommige gevallen, zoals hier, wordt de ontladingsbuis in een andere glazen buis geblazen, die met gekleurde vloeistof wordt gevuld. Dit verlevendigt het kleureffect. De Geissler’se buis is de voorloper van neon- en fluorescentiebuizen.
19. WATERPAS
Eikenhouten T-vorm met messing schietlood.
20. VIZIERBOUSSOLE
Landmeetkundig instrument, gebaseerd op de werking van het kompas. Het vizier richt men op het object zodat de richting daarvan ten opzichte van de magnetische noordpool kan worden bepaald. De richtingsbepaling is onderdeel van de driehoeksmeting. Afleesbaar tot op 20 boogseconden.
21. CONDUCTOR
Messing bol met assen. Gebruikt bij een elektriseermachine om lading af te nemen.
22. Positieve lens in messing vatting, Duboscq (nu in bezit van Museon)
23. Lenzen, negatief en positief; vatting en statief van hout (nu in bezit van Museon)
24. Ontlaadpasser (nu in bezit van Museon)
25. Projectietoestel op drievoet, Duboscq, Parijs (nu in bezit van Museon)
26. CENTRIFUGAALMACHINE, ONDERDEEL
Zie ook foto 28 en 29
27. CENTRIFUGAALMACHINE, ONDERDEEL
Met dit toestel kunnen verschillende effecten worden vertoond van krachten die roterende voorwerpen ondervinden. Zie ook foto 27.
28. CENTRIFUGAALMACHINE, ONDERDEEL
Met dit toestel kunnen verschillende effecten worden vertoond van krachten die roterende voorwerpen ondervinden. Zie ook foto 27.
29. Microscooppreparaten in doosje
30. ANAMORFOSESPIEGEL (nu in bezit van Museon)
Vormverandering in een gebogen spiegel. Op het eerste gezicht lijken de afbeeldingen op het papier onherkenbaar en abstract. Wanneer men echter een cilindrische spiegel in het midden van de afbeelding plaatst, verschijnt de afbeelding in de juiste verhouding in de spiegel.
(Eigendom Museon).
31. AFBEELDINGEN IN ANAMORFOSE (nu in bezit van Museon)
Moeten worden bekeken met cilindrische spiegel op foto 31.
32. SLUITGEWICHT
Bestaat uit in elkaar passende bakjes van messing, elk met een vastgesteld gewicht. Van dit exemplaar is de metriek in grammen (1 t/m 500 g, samen 1000 g). Ook wel huisjesgewicht genoemd. Doordat het handig draagbaar was, kon het overal worden gebruikt. Nederland voerde rond 1820 het metrieke stelsel in.
33. SLUITGEWICHT
De gewichten van de messing bakjes van dit (incomplete) exemplaar zijn niet in het metrieke stelsel.
34. LEIDSE FLESSEN
In 1746 door Petrus van Musschenbroek, Leiden, voor het eerst gebruikt, om elektrische lading op te slaan (condensator). De binnen- en buitenkant zijn bekleed met bladtin. Het glas van de fles vormt de isolator (diëlectricum). Ontladingen van de Leidsche fles werden gebruikt voor spectaculaire experimenten, waarbij vonken konden overslaan.
35. Hoekmeetinstrument met kompas, J.H. Nohr (nu in bezit van Museon)
36. Waterpasinstrument, Kleman, Amsterdam (nu in bezit van Museon)
37. GYROCHROMOSCOOP
Vervaardigd door Gorham, Verenigd Koninkrijk, in 1859. Dit instrument werd gebruikt bij demonstraties van kleurmenging. Doordat de schijven draaiden zag men de kleuren vervloeien. Zo kon ook worden gedemonstreerd dat wit licht is opgebouwd uit verschillende kleuren.
38. Houten model van overtoom (nu in bezit van Museon)
39. Polarisatie-apparaat, volgens Nörrenberg (nu in bezit van Museon)
40. BALANS
Gelijkarmige precisiebalans, gebruikt in apotheken en laboratoria. Laatje met gewichten onderin. Door de messing knop over de bodem naar voren te schuiven worden de schaaltjes vrijgemaakt voor de weging.
41. PRISMA EN ACHROMAAT-LENS, DUBOSCQ, PARIJS (nu in bezit van Museon)
Het prisma op het statief wordt gebruikt om licht van verschillende golflengten af te buigen in verschillende richtingen, waardoor een kleurenspectrum ontstaat. Met de achromatische lens kan het spectrum zonder vervorming worden bekeken of geprojecteerd.
42. Vloeistofcondensator, met verstelbare koolstaaf boven klein reservoir (nu in bezit van Museon)
43. Telescoop, lenzenkijker, Thomas Harris (nu in bezit van Museon)
44. GENERATOR MET GRAMME-RING
Dit instrument kan een hoge gelijkspanning opwekken. De Italiaan A. Pacinotti ontwikkelde het in 1859. De Belgische uitvinder Zénobe Gramme maakte een aantal belangrijke verbeteringen aan het ontwerp en zo ontstond in 1869 de generator met Gramme-ring.
45. RUHMKORFF-KLOS
De klos is vernoemd naar zijn uitvinder, de Duitse werktuigbouwkundige H. D. Ruhmkorff (1803 - 1877), die de al bestaande inductiespoel sterk verbeterde. Dit type inductieklos kon vonken produceren die verder reikten dan 30 cm. De spoel werd gebruikt bij de eerste radio's en een aantal andere primitieve elektrische apparaten. Ruhmkorffs dubbel gewonden inductiespoel was de voorloper van de wisselstroomtransformator.
46. Mechanische paradox, dubbele kegel op rolbaan (nu in bezit van Museon)
47. OPTISCHE BANK MET ZEVEN LENZEN
De lenzen worden alleen of in combinatie gebruikt om de werking van optische instrumenten (loep, kijker, microscoop) te demonstreren. Op een van de lenzen zijn facetten aangebracht, zodat een kaleidoscopisch effect optreedt.
48. VALMACHINE VAN ATWOOD
In 1784 bouwde George Atwood dit instrument om de versnelling van de zwaartekracht g te bepalen. Aan een koord over de katrol hangt aan beide kanten een gewicht (niet aanwezig op de foto); deze gewichten hebben dezelfde massa. Men plaatst een klein overgewicht op één van de zwaardere gewichten en laat de gewichten los. Het overgewichtje verkleint het effect van de vrije val. De resulterende versnelling is dan nauwkeurig te meten. Daaruit is g af te leiden.
49. Elektromotor die een waterpompje aandrijft
50. PAPINIAANSE POT
In 1679 uitgevonden door Denis Papin. Door verhitting van water in de vrijwel afgesloten pot ontstaat stoom onder hoge druk. Een instelbare regulateur begrenst de druk (af te lezen op de manometer) in de pot. Eerst gebruikt om eigenschappen van vloeistof en damp te onderzoeken. Later toegepast als hogedrukpan en autoclaaf. Dit messing exemplaar rust op een ijzeren drievoet.
51. Spiegelgalvanometer naar d’Arsonvalle, Carpentier, Parijs (nu in bezit van Museon)
52. Inductiespoelen (nu in bezit van Museon)
53. INSTRUMENT OM FOUCAULTSTROMEN AAN TE TONEN
Foucaultstromen of wervelstromen worden in een (platte) geleider geïnduceerd door een veranderlijk magnetisch veld. François Arago ontwierp in 1824 dit instrument. Een horizontaal geplaatste koperen schijf wordt rondgedraaid (aandrijfriem ontbreekt op foto). Evenwijdig aan de plaat hangt een kompasnaald of staafmagneet (niet op de foto aanwezig), die vrij kan draaien om een verticale as. Doordat de schijf onder de magneet draait, ontstaat in de plaat een veranderend magneetveld dat wervelstromen veroorzaakt. De magneet hangt eerst stil, maar gaat dan vertraagd meedraaien met de plaat. Dit is het gevolg van het magneetveld opgewekt door de wervelstromen (Wet van Lenz), waardoor het bestaan daarvan is aangetoond. Foucaultstromen vinden een toepassing bij de inductiekookplaat en in de kilowattuurmeter.
54. GYROSCOOP
Jean Bernard Léon Foucault bouwde in 1852 de gyroscoop, om de draaiing van de aarde om haar as te demonstreren. Wanneer de massieve ring (vliegwiel) snel roteert, behoudt de draaias van de ring een vaste richting als de gyroscoop wordt verplaatst (wet van behoud van impulsmoment). De cardanische ophanging maakt gebruik mogelijk als kompas op schepen en in vliegtuigen. Dit exemplaar is gemaakt door Logeman en Funckler, Haarlem.
55. DOOS MET BLOKGEWICHTEN
Gemaakt door J.M. Kleman en Zn., Amsterdam. Doos met gewichten (1 t/m 500 g, samen 1 kg) volgens ontwerp van Claude-Antoine Prieur (1763-1832).

Het eigendom en de autheursrechten van bovenstaande foto's berust bij het Museon.